Lijstjes

Gepubliceerd op januari 22nd, 2013 | door Jeroen

0

Meer dan 100 filmfeiten

  1. De Eiffeltoren is te zien vanuit ieder raam in Parijs.
  2. Hoge hakken zijn de beste schoenen als je moet rennen voor je leven.
  3. Als je blond en knap bent, kun je op je twintigste een expert in kernfusie zijn.
  4. Professoren en andere slimmeriken dragen een bril.
  5. Auto’s die verongelukken, vatten altijd vlam.
  6. Als je naar bed en het nachtlampje uitdoet, blijft er genoeg licht over om alles te zien, al wordt het wel wat blauwig.
  7. Moeders bakken iedere ochtend eieren met spek voor het hele gezin, al heeft niemand tijd om te ontbijten.
  8. De enige lessen die worden gegeven op Amerikaanse middelbare scholen zijn Engels en geschiedenis.
  9. Grote appartementen in New York zijn voor iedereen te betalen, werkloos of niet.
  10. Alle telefoonnummers in Amerika beginnen met 555.
  11. Het is altijd mogelijk je auto te parkeren vlak voor het gebouw dat je bezoekt.
  12. Niemand die betrokken raakt bij een ongeluk, gijzeling, explosie, vulkaanuitbarsting of buitenaardse invasie, belandt in een shocktoestand.
  13. Als je denkt dat er een indringer in huis is, zal je kat net op dat moment tevoorschijn springen.
  14. Dinosaurussen eten alleen lelijke of gemene mensen.
  15. Eén man die op twintig mensen schiet heeft meer kans ze allemaal uit te roeien dan twintig man die op eentje schieten.
  16. Een goed getrainde groep killers zal altijd opsplitsen om een indringer te zoeken, zodat hij ze één voor één kan afmaken.
  17. Maniakale schurken houden er niet van iemand zomaar te doden. Zij willen hun vijanden liever om zeep helpen met ingewikkelde plannen, wapens en systemen die hun slachtoffer doorgaans de kans geven om te ontsnappen.
  18. Iedereen kan een vliegtuig veilig aan de grond zetten, mits een ander hem aanwijzingen geeft.
  19. Make-up hoef je niet af te doen voor het slapen gaan, het geeft toch niet af op het beddengoed.
  20. Laptops zijn sterk genoeg om de zwaarst beveiligde systemen te kraken.
  21. Een bom onschadelijk maken is kinderwerk: knip gewoon een draadje door, want het is altijd de goede. Wacht wel tot er nog één seconde over is voor de bom ontploft.
  22. Als de persoon waar jij achteraanzit net de lift van de twintigste verdieping naar beneden heeft genomen, kun je gerust de trap nemen want je bent toch sneller.
  23. Ieder slot kan geopend worden met een creditcard of paperclip, tenzij het gebouw in lichterlaaie staat en er binnen kinderen zitten opgesloten.
  24. Een rechercheur kan alleen een zaak oplossen als hij van de zaak is afgehaald.
  25. Tijdens een moordonderzoek dat weken duurt, is het niet nodig voor politiemensen om naar huis te gaan voor eten, slapen, scheren of schone kleren.
  26.  Politieagenten krijgen steeds een partner die hun volslagen tegenpool is.
  27. Het is helemaal niet nodig om ‘hallo’ of ‘dag’ te zeggen bij een telefoongesprek.
  28. Een man zal geen krimp geven tijdens het meest verschrikkelijke pak rammel, maar gaat kinderachtig kreunen zodra een vrouw zijn wonden verpleegt.
  29. Als vrouwen alleen zijn in huis, moeten ze vreemde geluiden gaan onderzoeken in hun meest sexy lingerie.
  30. Zelfs als je over een kaarsrechte weg rijdt, is het nodig het stuur af en toe heen en weer te bewegen.
  31. Als je iets niet vertrouwt moet je er altijd in je eentje op afgaan.
  32. Helden hoeven zich nooit te verantwoorden voor het platleggen van complete steden en het uitroeien van hele volksstammen.
  33. Op de televisie is altijd net dat bericht te zien waar jij persoonlijk bij betrokken bent.
  34. Alle bommen hebben een klok waarop je precies kunt zien wanneer ze ontploffen.
  35. Als je de taxichauffeur betaalt hoef je nooit te kijken naar het geld dat je bij je hebt. Pak er gewoon een biljet uit en geef het aan de chauffeur. Het is altijd het juiste bedrag. “Keep the change”.
  36. Als een persoon een saloon betreedt, staat de barman altijd glazen af te drogen.
  37. Tijdens een achtervolging in een exotische plaats wordt er altijd een fruitstalletje omvergelopen.
  38. In hachelijke situaties waar levens aan zeer dunne zijden draadjes hangen en niemand het lijkt te zullen halen, brengt iedereen het er levend af. In situaties waar iedereen zo goed als gered schijnt te zijn, vallen op de valreep toch altijd enkele doden.
  39. Als een persoon dodelijk gewond is, vinden zijn lippen toch nog de kracht om – zij het stamelend- een ongelooflijk zinvolle uitspraak te doen.
  40. Elke sportfilm eindigt ermee dat de held in een buitengewoon spannende wedstrijd nog een beslissend punt scoort, net op het moment dat de bel, de zoemer of het fluitje gaat.
  41. In actiefilms remmen kogels op het laatste moment altijd een beetje af zodat de held nog tijdig opzij kan springen. Om de kogelsnelheid te berekenen volstaat het de Echte Kogelsnelheid te delen door het Belang van het Personage. Sommige kogels gaan zo traag dat ze haast fluitend op hun doelwit afgaan.
  42. Wanneer een fysiek zwak persoon een pistool richt op de borst van een grote sterke kerel, dan steekt zo’n kerel zijn handen direct omhoog. Slappelingen die twee handen nodig hebben om het pistool vast te houden maken de meeste indruk.
  43. De veiligheidspal van een getrokken pistool springt blijkbaar vanzelf weer op veilig als hij tussen hemd en spijkerbroek wordt gestopt. Nooit zal zo’n nonchalant weggestopte pistool afgaan en onheil aanrichten in het klok- en hamerspel van de acteur.
  44. Slechterik ziet goeierd ineens voor hem opduiken. Goeierd ziet niets. Slechterik hoeft maar te schieten om hem uit de weg te ruimen. Toch roept de slechterik eerst nog de naam van de goeierd (“Hey, Cody!”) waarop de goeierd zich razendsnel omdraait, de slechterik opmerkt en hem neerknalt.
  45. Als in de film een scherp voorwerp te zien is (ook al is het maar een onbeduidend puntje of even de flauwe glans ervan), dan mag je ervan uitgaan dat er zeer binnenkort iemand mee gestoken, gespiest of doorboord zal worden.
  46. In vuurgevechten wordt de impact van kogels sterk vergroot wanneer ze filmacteurs raken. Dit geldt vooral wanneer een hoofdrolspeler zijn wapen richt op tweederangsacteurs. Deze spelers zijgen meestal niet ineen maar worden werkelijk van de sokken geblazen en vliegen meters achteruit. Met het gevolg dat ze soms ruggelings door voorwerpen crashen en vaak ook in de diepte verdwijnen. Het fenomeen doet zich vooral voor in de buurt van vensters, glazen koepels en wankele balkons van hoge gebouwen.
  47. Wanneer iemand ’s avonds alleen thuis is en plots een geluid in huis hoort, dan vraagt hij/zij steevast: “Ben jij het, Bob/Mark/Peter/Laura…??” Maar NOOIT is het Bob, Mark, Peter of Laura.
  48. Als een jongen en een meisje elkaar op een leuke toevallige manier ontmoeten, wordt het een stel op het einde van de film. Als een jongen en een meisje tegengestelde karakters hebben en elkaar op geen slechter moment konden treffen, dan zijn ze al samen tegen het midden van de film.
  49. Een strenge lerares met een knot in het haar en een bril met jampotglazen verandert steevast in een adembenemende schoonheid die ineens over prima ogen én een sexy garderobe beschikt.
  50. Een kind met ster-, theater- of showbizz-allures heeft altijd een strenge moeder die het verbiedt zich met dergelijke dingen bezig te houden. Het kind trekt zich niets van moeder aan en treedt op een dag in de spotlights, en net wanneer de bühne donker is en de lichtkegel over het kind valt, gaat de deur van de zaal open en raadt eens wie er zo laat nog binnenkomt? De moeder natuurlijk, die later tijdens de voorstelling haar strengheid verliest en glimt van trots om haar kind.
  51. Wanneer de mannelijke hoofdrolspeler uit huis is gezet door zijn vrouw en de nacht dient door te brengen in een goedkoop hotel, dan krijgt hij altijd de kamer toegewezen met uitzicht op het troosteloze neonlicht.
  52. Als een persoon uit een nachtmerrie ontwaakt, schiet die altijd overeind in bed met de ogen wijd opengesperd terwijl het angstzweet tappelings over het gezicht loopt. Nooit wordt iemand liggend wakker uit een nare droom.
  53. Bij inboorlingen met of zonder pluimen, ontdekt de held altijd de werkelijke waarden van het leven en leert hij dat het westerse leefpatroon maar een slappe schijnvertoning is. Inboorlingen lopen ook altijd over van wijsheid en grote kennis, maar dat maakt hen nooit welvarend. Integendeel, ze beschikken alleen over een nagel om hun gat te krabben.
  54. Het is een ongeschreven regel van de horror-etiquette dat een monster zich niet botweg toegang verschaft tot het pand van zijn slachtoffer. Hij moet eerst geduldig –als het nodig is de hele nacht- wachten bij het raam tot zijn slachtoffer het venster opent of het gordijn wegschuift, en pas dan mag het monster of de dolleman-met-de-kettingzaag al het glas aan diggelen slaan en zich brullend op het slachtoffer werpen.
  55. Wanneer iemand brieven achterhoudt die bestemd zijn voor een naar liefde snakkend persoon, dan zal hij deze brieven steeds bewaren. Vanzelf komt dan de onvermijdelijke, hartverscheurende scène waarin de wanhopige alle brieven vindt en ze één voor één leest (zittend op bed, alleen in haar kamer). De belangrijkste brief valt meestal met haar machteloze hand neer op het laken.
  56. Heldinnen die met touwen zijn vastgebonden hebben de onbedwingbare gewoonte om in het gezicht van de slechterik te spugen. De reactie van de schurk is altijd dezelfde: hij glimlacht meewarig.
  57. In griezelfilms heb je altijd van die oude mannen en vrouwen met knokige vingers en spinnenwebhaar die jongelui waarschuwen om het vervallen huis, het verlaten kasteel of het dichte woud NIET te betreden. Hun waarschuwing wordt altijd in de wind geslagen omdat ze aan de rand van het dorp wonen en ze in de rest van de bebouwde kom voor gek worden versleten.
  58. Wanneer de hoofdpersoon een bril draagt, dan zal hij die bril minstens één keer traag afnemen om iets heel emotioneels te zeggen (“Ik weet dat wat ik nu ga zeggen voor sommigen onder jullie erg moeilijk zal zijn, maar…”).
  59. Nachtwakers in griezelfilms hebben een levensverwachting van ongeveer twaalf seconden.
  60. Een popgroepje krijgt even de tijd om een videoclip op te nemen. Iemand zegt dat dit zootje moet beginnen en vervolgens gaan ze molenwieken in hun leren jasjes en komen ze met hun ogen, tong en neus tot vlak tegen de camera.
  61. In gevangenis-, politie- en oorlogsfilms komt het weleens voor dat een held nog maar een paar dagen dienst heeft en dan is hij vrij, of met pensioen, of zijn opdracht zit erop. Maar dan maakt hij de fout om tegen zijn makkers te zeggen: “Nog drie dagen en dan ben ik hier weg. Voorgoed!” In filmtaal betekent dat meestal dat hij dood zal gaan voor het zover is.
  62. Wanneer een groep, waartoe ook kinderen behoren, op een bepaald moment in een penibele situatie verzeild raakt, heb je altijd een kind dat met een nogal vreemd plan of schijnbaar vergezochte oplossing komt. Dat plan wordt nooit serieus genomen door de groten. Tot alles echt erom gaat spannen; dan keren allen zich ineens wel tot de kleine in hun midden, en redt hij hen.
  63. Wanneer twee personages (stel: Bob en Laura) net een Goed Gesprek hebben gehad, blijft Laura steeds nog even peinzend aan tafel zitten terwijl Bob al aanstalten maakt om de kamer te verlaten. De scène die dan volgt is onveranderlijk:
    Laura (aarzelend): “Bob?”
    Bob (zich omdraaiend): “Yes?”
    Laura (hem diep in de ogend kijkend): “Thanks!”
  64. In hedendaagse politiefilms schijnt de taak van een commissaris er uitsluitend in te bestaan dat hij de held tegenwerkt in zijn onderzoek, onder andere door hem grimmig op het matje te roepen, het bot te waarschuwen zich met iets anders bezig te houden, en soms zelfs van hem te eisen dat hij zijn politie-insigne en pistool inlevert.
  65. In elke film zijn er tal van situaties waarbij de held de kans heeft om een einde te maken aan het verhaal, en toch laat hij die kans steeds liggen. Bijvoorbeeld: de vijand is knock-out geslagen, maar onze held vergeet hem van zijn wapens en ammunitie te beroven. Geldt tevens voor het niet afpakken van watervoorraad, radio-apparatuur, zaklampen, fakkels, autosleutels, vuurpijlen, landkaarten enzovoorts.
  66. Slechteriken zijn ellendige schutters. Als een bandiet de held wil doorzeven met honderden kogels uit zijn mitrailleur, dan mist hij hem. Maar als de held zich omdraait en een kogel uit zijn pistool afvuurt, is de schurk eraan.
  67. Wanneer de held vastgehouden wordt in een gebouw van de schurken, dan zal er altijd een luchtrooster zijn dat niet goed is vastgeschroefd en dat dus makkelijk losgemaakt kan worden. De luchtkoker is ook steeds breed genoeg om een volledig persoon doorgang te bieden en de vluchtweg zal ook steeds langs de kamer leiden waar het geboefte zijn snode plannen aan het beramen is. Wat de held uiteraard in staat stelt die snode plannen te verijdelen.
  68. Als twee auto’s tijdens een achtervolging over een brede straat schieten, dan gaan de auto’s die van links en rechts komen en die tevoren netjes op hun rijstrook reden ineens zo kriskras uitwijken dat ze midden op het kruispunt tot stilstand komen of op elkaar botsen. Waarna alle bestuurders a) uitstappen en b) hun vuisten schudden. De auto’s die de achtervolging uitvoeren, raken nooit bij dit soort botsingen betrokken.
  69. Bestuurders in achtervolgingen met hoge snelheid kunnen in meer versnellingen schakelen dan er in de versnellingsbak aanwezig zijn. Kijk maar naar Steve McQueen in ‘Bullitt’, die zestien keer in een hogere versnelling schakelt.
  70. In een scène waarbij de held ’s nachts in een kantoor moet inbreken om een bepaald document te bemachtigen, wordt een semi-competente nachtwaker opgevoerd die voor de spanning moet zorgen. De handelingen die hij uitvoert zijn: naar de bewakingsmonitor turen, aan deuren voelen of ze gesloten zijn en met een zaklamp door vensters schijnen. Wel op zo’n manier dat onze held niet ontdekt wordt. Pas als de held uiteindelijk zijn document vindt, wordt hij ontdekt en kan de nachtwaker de achtervolging inzetten.
  71. Een steegje waarin een gangster door de politie achterna wordt gezeten loopt onvermijdelijk dood op een hek met een hangslot, waar de gangster overheen klimt.
  72. Een bestuurder die met grote snelheid op een hoge stapel kartonnen dozen afstevent, mag er zeker van zijn dat de dozen niet vol verwarmingsradiatoren zitten. De dozen zijn steeds leeg en vliegen steevast naar alle richtingen.
  73.  Auto’s bestuurd door slechteriken zullen altijd exploderen met steekvlammen die in één keer het hele interieur in brand zetten. Het lijkt wel alsof de chauffeur en de passagiers met gevulde jerrycans op schoot hebben gezeten.
  74. In horrorfilms waar de held(in) in een auto springt omdat een killer/monster hem/haar op de hielen zit, zal de auto nooit direct starten. Dit is de te volgen montage: (1) close-up van het van angst zwetende gezicht, (2) gezicht wordt onscherp, beeld van de naderende griezel wordt scherp, (3) close-up van driftige hand die de sleutel in het dode contact draait. Deze beelden kunnen zo vaak als nodig is herhaald worden om de muziek crescendo te laten gaan. Uiteindelijk start de auto dan toch, een seconde voor de griezel het portier opentrekt. Grapje van de accu!
  75. Wanneer een personage moet parkeren –zelfs in de drukste straten van de drukste wereldsteden- dan vindt hij altijd een plekje.
  76. Als de held een kledingstuk jat om zich te vermommen, dan zal dat kledingstuk altijd als gegoten zitten, ongeacht of het van een waslijn komt of van een agent, een schildwacht of een soldaat die overmeesterd werd. Uitzondering: als een vrouw kleren jat, zullen ze nooit passen. Zijn het mannenkleren, dan zullen ze lomp en groot zijn. Zijn het vrouwenkleren, dan zullen ze eerder krap zitten en enig bloot laten zien.
  77. Postkoetsen in een westernfilm hebben de meeste kans om overvallen te worden als de passagiers bestaan uit een dominee, een valsspeler, een meisje van lichte zeden en een held. Als dat je medepassagiers zijn, is het beter om te wachten op een volgende postkoets.
  78. Hoewel een westerngevangenis slechts één celdeur telt, moeten er minstens vijf sleutels aan de sleutelbos van de sheriff hangen. Hoe kleiner de gevangenis, hoe groter de sleutels.
  79. Tijdens een massaal saloongevecht speelt de pianist gewoon verder, maar altijd een snel liedje.
  80. Dieren in een film zul je nooit zien plassen of poepen. Uitzonderingen daargelaten, zoals een hond die op iemands schoenen plast vanuit Komische Overwegingen.
  81. Aziatische grootvaders en/of bejaarden van Aziatische origine spreken nooit gewone taal in een film. Ze spreken steeds in diepzinnige aforismen. “Alleen de zee kan meer dan een schip dragen, mijn vriend”.
  82. In scènes waarin een personage boodschappen heeft gedaan in de supermarkt, komt hij/zij altijd naar buiten met een bruine zak waaruit een stokbrood steekt.
  83. Telkens als een held ergens ongezien wil binnenkomen en per ongeluk iets omstoot waardoor de slechteriken gealarmeerd worden, dan zal er als geroepen steeds een kat blijken te zitten (“Huh, it was just the stupid cat!”). Vreemd is dat zo’n kat ook opduikt op plaatsen waar katten niets te zoeken hebben, zoals musea of computerkamers.
  84. Een acteur die zijn trein en daardoor een belangrijke afspraak mist, ziet als hij zich omdraait altijd mensen met heel veel tijd en heel weinig afspraken. Meestal een beambte die achteloos het perron veegt en een slapende dakloze met een krant puilend uit zijn jaszak.
  85. Een personage in een love story haalt altijd zijn trein. Hij moet immers afscheid nemen. Als de conducteur fluit en de deuren sluiten, drukken man en vrouw hun hand op dezelfde plaats tegen het glas. Ze glimlachen weemoedig.
  86. Wachtenden op het perron kijken altijd reikhalzend uit naar de trein met De Langverwachte. Nooit stapt De Langverwachte echter daar uit waar men staat te wachten. Het is altijd een paar rijtuigen verder en dan is het opgewonden zoeken tussen de rest van de drukdoende passagiers. Soms komt De Langverwachte niet opdagen. Als dat gebeurt, informeert men altijd naar de volgende trein uit A. Zo goed als nooit arriveert er die dag nog een trein uit A.
  87. Als twee kerels vechtend uit een trein vallen, sluiten ze nadien vriendschap. Ze zijn daartoe gedwongen, want de weg is lang en de omstandigheden zijn bar.
  88. Als er in de trein aan de noodrem wordt getrokken, vallen er rieten manden uit het bagagerek.
  89. Boeren die opkijken naar een trein, wissen zich altijd het zweet van het voorhoofd.
  90. Hoe langer de trein, hoe uitgestrekter het landschap.
  91. In films waar speurders, reporters of hackers een computer gebruiken om een verdacht persoon of een geheim document op te sporen, gaat het ontdekken van de bewuste persoon of informatie meestal vergezeld door dramatisch flashen, piepen en flikkeren van het scherm, zodat duidelijk wordt dat er iets Heel Belangrijks is ontdekt. In werkelijkheid piept een computer alleen als hij een commando weigert uit te voeren.
  92. Als een computer het begeeft in de film, dan gaat dit steeds gepaard met veel geflits, geplop, gesis, rook, vlammen, vonken en tapes met databestanden die als serpentines door de lucht zeilen. In werkelijkheid geeft een defecte computer geen kik.
  93. Elke keer dat iemand een microfoon grijpt, is er gefluit in de microfoon.
  94. Een held die rook en in een actiefilm speelt, steekt wel vaak een sigaret op, maar smijt het na twee of drie nerveuze trekjes altijd tegen de grond. Iedereen denkt: hij is boos op Chuck, die niet komt opdagen met het geld. Maar de waarheid is eenvoudiger: een sigaret helemaal oproken gaat ten koste van de actie.
  95. De psst-psst-handlanger daagt steeds op wanneer de held belangwekkende informatie heeft gezocht en deze hem geweigerd is door een logge of vijandige bureaucratie. Net op het moment dat de held het gebouw neerslachtig wil verlaten, wordt hij terzijde genomen door een zenuwachtig om zich heen kijkende bediende die meestal van dezelfde nationaliteit/leeftijd/minderheid is als de held. Terwijl hij zijn beroepsgeheim schendt en ook nog eens zijn baan op het spel zet, geeft de bediende de volledige informatie die onze held zoekt.
  96. Soms is de aanwezigheid van een psst-psst-handlanger niet vereist en is de held zelf in staat om een geheim dossier snel en stiekem te raadplegen. Op dat ogenblik wordt hij echter meestal door iets of iemand verrast zodat hij zich ijlings uit de voeten moet maken. Het dossier blijft dan wel zo slordig open liggen dat een slechterik meteen weet dat de goeierd nu op de hoogte is van de informatie.
  97. Huisdieren –zowel hond als kat- beschikken over een zevende zintuig, want zonder uitzondering zijn zij de eersten om te merken dat er een geest, een alien of een ander onaards wezen in huis is. Zij blaffen en zij miauwen en gaan bang onder een stoel zitten om hun baasjes op het naderend onheil te wijzen, maar hun waarschuwing wordt ALTIJD genegeerd.
  98. Als iemand in een thriller of griezelfilm meer dan tweemaal zijn hond of kat moet roepen, mag je er zeker van zijn dat het dier dood is. Vaak gebeurt dit nadat het dier vergeefs gewezen heeft op de aanwezigheid van onaardse en onzichtbare bezoekers.
  99. In scènes die zich in een laboratorium of iets dergelijks afspelen staan er altijd flessen en bokalen en buisjes vol fel gekleurde chemische vloeistoffen die vaak ook nog hevig borrelen en dampen. En dit terwijl elke laborant u zal kunnen vertellen dat in de praktijk de meeste chemische vloeistoffen eruitzien als stilstaand water en hoogstens een wat gelige kleur hebben.
  100. Zodra een telefoontoestel enigszins in beeld komt, zal het ook beginnen te rinkelen.
  101. “We’ve got company” is de meest gebruikte zin om een chauffeur van een voertuig erop te wijzen dat hij gevolgd wordt.
  102. Een man weet altijd ver genoeg te springen om van het ene dak op het andere te komen. Vrouwen springen ook, maar eindigen altijd met hun krampachtige vingers op de rand van de dakgoot. De man moet haar dan uit deze netelige positie redden.
  103. Als de held op de vlucht is voor zijn belagers en hij erin slaagt om in een telefooncel om hulp te bellen, krijgt hij gegarandeerd een schurk aan de lijn die hem vriendelijk vraagt vooral ter plaatse te blijven, want de hulp komt onmiddellijk! De held wacht niet in de telefooncel maar onder een luifeltje verderop, waar hij tot zijn verbazing moet vaststellen dat er een moordcommando met machinegeweren ter plaatse komt. Hun slachtoffer is een nietsvermoedende buitenstaander die in diezelfde cel staat te bellen. Vervolgens toont het beeld een close-up van het ontstelde gezicht van onze held, die meteen begrijpt dat hij te maken heeft met een Zeer Groot Complot tegen hem.
  104. In geen enkele actiefilm kan een vrouwelijk personage meer dan vijftien meter op de vlucht slaan zonder plat op haar gezicht te vallen. Het is dan gewoonlijk aan de held om op zijn schreden terug te keren en de vrouw overeind te helpen. Intussen wint de griezel/gangster/gruwelmoordenaar natuurlijk flink terrein.
  105. Als man en vrouw samen op de vlucht zijn, dan zal de vrouw altijd vallen en haar enkel bezeren. De man moet haar arm dan over zijn schouder slaan en haar hinkend meesleuren. Opnieuw wint de griezel/gangster/gruwelmoordenaar flink terrein.
  106. Er is een niet eerder onderzochte versnellingswet waaruit blijkt dat stoffige en gedeukte limousines –volledig gevuld met gangsters- erin slagen om gelijke tred te houden met de sportwagen van de held.
  107. Als een held erachter komt dat zijn vriendin/vrouw, familie of vrienden in gevaar zijn, gaat hij als een gek door de hele stad racen om hen persoonlijk te verwittigen. Waarom niet even bellen?
  108. Een achtervolgingsscène waarbij schurk en held staan te knokken bovenop een vrachtwagen of treinwagon zal erin resulteren dat de held vooraan van het voertuig valt, onder het voertuig doorrolt en zich merkwaardigerwijs weer kan optillen aan het achtereind. Waarna hij het schorem danig verrast door ze in hun rug aan te vallen.
  109. In een scène waarin een limousine voorkomt met een godfather op de achterbank en een loser die buiten op de stoep om genade of bescherming vraagt, zal het gesprek er altijd mee eindigen dat de zijruit elektrisch omhoog schuift en dat de loser de reflectie ziet van zichzelf en van de rotte wereld waarin hij meedogenloos wordt achtergelaten.
  110. Als een personage in een rivier valt –hoe zacht kabbelend ook- is er verder stroomafwaarts altijd ruwer water plus waterval. Nooit valt er iemand in een rivier na een waterval. 

DE 5 CODES VAN DE CARTOON

  1. Iedereen die de weg is ingeslagen naar een ravijn, een klif of een brug die er niet meer is, komt onvermijdelijk in de lucht terecht en zal altijd even in die lucht stil blijven hangen tot hij ineens beseft dat hij gaat neerstorten. Pas dan stort hij ook werkelijk neer.
  2. Wie hard rent, zal hard blijven rennen tot hij gestopt wordt door een hard obstakel (rotsblok/boom/telefoonpaal). Wat dan nog van hem overblijft, schuift traag als een pannenkoek van rots/boom/paal af.
  3. Iedereen die door een harde substantie heen vliegt, zal in die substantie zijn scherp uitgesneden silhouet achterlaten. De schrik voor een stinkdier of een plotseling huwelijksaanzoek is vaak voldoende aanleiding om dwars door een deur of muur te rennen.
  4. De tijd die nodig is voor een kostbare vaas om van twintig hoog naar beneden te vallen is altijd langer dan de tijd die nodig is voor de held om langs twintig wenteltrappen naar beneden te rennen en het kostbare voorwerp alsnog in zijn armen op te vangen. Waarna hij over een baksteen struikelt.
  5. Een kat kan uiteengereten, gekliefd, gehakt, gemalen, gebraden, gekookt, genageld, gefreesd en gefileerd worden: na enige bedenktijd zal ze altijd haar oorspronkelijke vorm weer aannemen, zij het dat ze een stukje pels mist op haar staart of haar achterste.

Tags: , ,


Over de Auteur



Back to Top ↑